Boontjes uit Afrika

Al eeuwenlang halen we een deel van ons voedsel uit verre streken: suiker, koffie, thee, chocola, bananen, specerijen, rijst… we kunnen niet meer zonder. Maar met het invoeren van typisch Nederlandse groenten en fruit uit ontwikkelingslanden gaan we een nieuwe fase in – Door Gonda Slurink

boontjes uit afrika

Deze nieuwe fase in de wereldhandel in voedsel is anders dan de voorgaande. In koloniale tijden kwamen alleen voedselgewassen van ver die hier niet konden gedijen. Tegenwoordig worden gewassen die het in Nederland goed doen in andere landen verbouwd om kosten te besparen. Wij krijgen boontjes uit Ethiopië of Kenia omdat ze daar goedkoper kunnen produceren.

Natuurlijk is daar kritiek op. Globalisering leidt tot meer vervoer, dus energieverbruik. En dat terwijl we juist energie moeten besparen nu we weten dat de aarde opwarmt als gevolg van menselijke activiteit. We staan minder vaak stil bij de effecten van deze wereldhandel op de landen waar deze tuinbouwproducten vandaan komen. Juist aan dit aspect wil ik hier aandacht besteden.

Gevolgen voor de productielanden

De internationale markt stelt hoge eisen aan het product zelf en aan de logistiek. Supermarkten willen zeker zijn van voldoende aanvoer en bederfelijke producten moeten snel, gekoeld en hygiënisch worden verwerkt en vervoerd. Producenten moeten flink investeren om aan deze eisen te voldoen. Maar de productiekosten moeten zo laag mogelijke blijven om het product tegen een concurrerende prijs te kunnen aanbieden en toch winst te maken. Dit leidt tot schaalvergroting. Kapitaalintensieve, hightech bedrijven kunnen de investeringskosten immers alleen terugverdienen bij een efficiënte, hoge productie.

In landen als Kenia en Ethiopië draaien de tuinbouwbedrijven die voor de export produceren veelal op buitenlands kapitaal en goedkope lokale arbeidskrachten. Soms worden ze gefinancierd door hedgefondsen, die op snelle winsten uit zijn. De bedrijven verschaffen werk aan een klein deel van de bevolking en ze betalen belasting. Daarom wil de plaatselijke overheid hen de ruimte te geven. Maar hun bijdrage aan de plaatselijke economie is gering.

Strijd om schaarse bronnen

Waar kleine plaatselijke boeren moeten concurreren om schaarse bronnen zoals landbouwgrond en water, met grote, kapitaalkrachtige bedrijven, winnen de laatste gegarandeerd. De komst van een kapitaalintensieve op export gerichte voedselindustrie leidt tot een verslechtering van de situatie van de kleine boeren. Ze worden vaak zonder enige vorm van compensatie van hun land verdreven om plaats te maken voor de grote ondernemingen.

Documentaires als “Darwin’s nightmare”, over de komst van op export georiënteerde visindustrie aan het Victoriameer en “Bitter seeds”, over de invloed van nieuwe landbouwmethoden die veredelde zaden en pesticiden gebruiken in India (beide te vinden op Youtube) laten iets dergelijks zien: een klein deel van de bevolking wint bij de nieuwe situatie, maar een veel groter deel verliest erbij en verpaupert.

‘Land grab’ en verpaupering

In de 18e eeuw vond in Europa een soortgelijke strijd plaats. De landadel en de rijke burgerij namen bezit van de grond, omdat die winst opleverde. Dat ging ten koste van de kleine boeren, die van de grond afhankelijk waren voor hun eerste levensbehoeften. De arme plattelandsbevolking raakte de landbouwgrond kwijt en verviel tot grote armoede. Een deel van de verpauperde bevolking vertrok naar ‘de nieuwe wereld’, waar ‘vrije’ ruimte in overvloed was. Anderen vormden een onuitputtelijke bron van goedkope arbeidskracht voor de opkomende industrie. Ook nu zijn er de migranten, ook uit gebieden waar het geen oorlog is, maar vrije ruimte is er niet meer.

De laatste jaren zijn het niet alleen multinationals en hedgefondsen die de landbouwgrond in Afrika opkopen. Ook staten verschaffen zich grond om hun eigen bevolking voedselzekerheid te geven. Zo kopen landen als Saoedi-Arabië, de Emiraten, Zuid Korea, India en China grote gebieden in Afrika op.

Honger in Afrika

De hoorn van Afrika lijdt onder perioden van droogte, waardoor oogsten mislukken. Dit zal als gevolg van de klimaatverandering steeds vaker gebeuren. Voor een groot deel van de bevolking dreigt voortdurend hongersnood en vele kinderen zijn ondervoed. Ethiopië en Kenia zijn afhankelijk van voedselinvoer. Het is daarom schrijnend dat in deze landen groenten en fruit voor de buitenlandse markt verbouwd worden (om van de rozen niet te spreken).

De globalisering van de voedselmarkt leidt niet tot een betere verdeling van voedsel en/of rijkdom. Om meer voedselzekerheid te garanderen lijkt het beter de lokale productie voor lokale markten te stimuleren. In Venezuela heeft men na de ernstige voedselcrisis van eind jaren ’80, onder Chavez voor deze weg gekozen. De problemen zijn daar zeker nog niet voorbij, maar deze keuze heeft wel z’n vruchten afgeworpen!

Nederlandse boeren

Voor Nederlandse boeren en tuinders is de globalisering van de voedselmarkt ook niet louter positief. Veehouders moeten bijvoorbeeld heel veel investeren om mee te kunnen komen, terwijl de melkprijs voortdurend onder druk staat. De marges zijn klein en de zorgen groot. Het gebrek aan dierenwelzijn en de verschraling van ons landschap leidt dus niet eens tot een behoorlijke winst.

Invloed van de consument

Nederlandse consumenten zouden uit overwegingen van duurzaamheid en ethiek niet moeten kiezen voor groenten en fruit uit landen die hun eigen bevolking niet eens kunnen voeden. In eigen land heeft de keuze van de bewuste consument helaas maar een beperkt effect. De boeren zijn immers niet afhankelijk van onze keuzes. Ze richten zich ook op afzetgebieden buiten Europa. Nederlandse melk en kiloknallers verdwijnen richting Rusland en China. De trend van industrialisering van de landbouw in Nederland en elders, lijkt vooralsnog gewoon door te gaan, ondanks een groeiend aantal bewuste consumenten.

Uiteindelijk zou de trend van globalisering omgebogen moeten worden naar meer productie voor lokale markten. Dat is beter voor mens, dier en natuur, zowel hier als en elders in de wereld. Maar een dergelijke trendbreuk vergt moedige politieke keuzes.

boontjes uit afrika