Nieuwe buitenverlichting en nieuwe locatie

Voorlopig moeten wij het natuurlijk doen met de locatie bij de Spullenmannen aan de Geldersestraat. Dat stelt nieuwe eisen omdat je bij het ophalen van je bestelling buiten de zaak moet aanpakken, controleren en overpakken naar je eigen tas.

Als het regent kunnen we een klein stukje verderop staan onder een luifel – zo simpel kan het zijn. Herman heeft buitenverlichting aangebracht, zodat je ook wat ziet als je donderdagsavonds komt. Heel fijn!

Nieuwe locatie

Guido, Laura en Herman van het Winkelteam gaan kijken wat nodig is om binnen het gebouw aan de Heiligerbergerweg ‘ons ding te doen’: genoeg ruimte, temperatuur, opslag. Hans W. ziet mogelijkheden voor Rabo-subsidie t.b.v. nieuwe inrichting die wij nodig zullen hebben. Dorothee heeft met Diana gesproken over de samenwerking gesproken en suggesties rond het eventueel kort parkeren genoemd. Over de huurprijs zullen wij later spreken.

Gezocht: nieuw bestuurslid St. Financiën Voedselkollektief

Wegens regulier aftreden van Alice zoekt het bestuur van de Stichting Financiën VOKO een nieuw bestuurslid.

De stichting Financiën VOKO beheert de financiën van de VOKO, en is in het leven geroepen omdat een collectief geen bankrekening kan openen. Het reilen en zeilen van het VOKO wordt bepaald in de werkgroepen (afgestemd in het ContactPersonen Overleg) en de ALV.  Wat de stichting doet is, in nauwe samenwerking met het financiële team, zorgen dat de financiën van het VOKO gezond blijven. De stichting houdt toezicht op het financieel beheer en voorziet de ALV en CPO van de noodzakelijke financiële informatie om besluiten te kunnen nemen. Daarnaast zorgt de onafhankelijke kascommissie voor de noodzakelijke transparantie. De leden van het bestuur van de Stichting Financiën VOKO zijn nadrukkelijk niet het bestuur van het Voedselkollektief, ze hebben geen mandaat om besluiten te nemen.

Het bestuur van de stichting bestaat uit drie leden: een voorzitter (momenteel: Bernard van Hemert), de penningmeester (momenteel: Bert Schilder) en de secretaris (momenteel: Alice Bruggeman, aftredend eind 2020). Samen verdelen wij de taken al naar gelang onze capaciteiten, achtergrond en belangstelling. Wegens het vertrek van Alice zoeken we een nieuw bestuurslid. De rolverdeling in de nieuwe samenstelling van het bestuur is nader te bepalen.

We vergaderen formeel twee keer per jaar, samen met het financiële team. Daarnaast hebben we af en toe contact per mail of telefoon over lopende zaken. Al met al kostte een bestuursfunctie ons 2 tot 4 dagen per jaar.

Heb je belangstelling voor een van de rollen binnen het bestuur, neem contact op met Bert (bert.schilder@zonnet.nl, 06-54254532) of Bernard (bernard@2eq.nl, 06-39561416) om meer te horen, en te bespreken of jij ons nieuwe bestuurslid zou willen/kunnen worden!

Afronding van de discussie over de soepkip

De reacties
Het webartikel ‘Het ei en de soepkip’ heeft aardig wat reacties opgeleverd. Zie link 1 en link2. Daar zijn nog 2 laatste reacties bij gekomen: zie link.

De reacties geven een tweeledig beeld: een aantal leden neemt graag de soepkip af, maar  en er wordt ook gewezen op de twee principiële uitgangspunten van het Voedselkollektief, namelijk 1e biologisch, en 2e binnen een straal van 25 kilometer.

Vanwege de slacht buiten die 25km-zone voldoet de soepkip niet aan dat 2e uitgangspunt.

Hoe nu verder?
Binnen het Voedselkollektief worden belangrijke, principiële onderwerpen aan de leden voorgelegd  in de Algemene Ledenvergadering(ALV). Daar wordt op basis van consensus een besluit genomen over een bepaald voorstel:  als leden zwaarwegende bezwaren aanvoeren, gaat zo’n voorstel niet door.

Gezien de reacties kunnen we constateren dat er principiële bezwaren zijn tegen opname van de soepkip in ons aanbod; het ziet er dus naar uit dat het voorstel in de Algemene Ledenvergadering niet aangenomen zal kunnen worden.

De discussie heeft wel laten zien dat er zeker belangstelling van de leden is voor afname van de soepkip! Hoe gaan we dat dan doen? Een uitdaging!

Wij kunnen bijvoorbeeld gaan zoeken naar een biologische slachtmogelijkheid binnen onze regio, of eraan meewerken dat zoiets er gaat komen. Het zou geweldig zijn als dat lukt!

Daar wordt overigens al naar gezocht, maar tot nu toe nog zonder resultaat.

En wellicht heeft iemand nog een ander idee?

De telers zelf zouden hun kippen ook het liefst in de regio willen laten slachten, zij werken graag mee aan een oplossing, aldus o.a. IJsbrand Snoeij, directeur van ’t Paradijs (en leverancier van soepkippen) tijdens onze Open Dag. Een mooie taak, actie voor ons Voedselkollektief, om op deze manier bij te dragen aan vermindering van het gesleep met dieren en de voedselkilometers die erbij horen.

Als wij ons hier voor gaan inzetten doen we echt mooi werk als collectief! Dus mensen, wie wil hier aan meewerken, meedenken? Reactie naar info@voedselkollektief.nl

En tja, voor de liefhebbers: van soepkippen:  je kunt die natuurlijk ook bij een biowinkel zoals De Nieuwe Graanschuur of Nieuw Mos kopen.

NB. Dat de soepkip weer op de bestellijst stond was een vergissing en staat helemaal los van deze aangezwengelde discussie.

 

Laatste reacties over de soepkipdiscussie

Intro
Ook de oprichters van het Voko hebben nog een uitgebreide reactie gestuurd. Ik plaats ze integraal. Alleen zit in beide nog de aanname dat het plaatsen van de soepkip in de bestellijst opzettelijk heeft plaatsgevonden. Dat is echter een misvatting, blijkbaar heeft iemand bij leverancier ’t Paradijs de soepkip (tegen de afspraken in) in het aanbod geplaatst en is dit zomaar in de bestellijst geplakt.

Reactie Abel
Ik nam tot nu niet de moeite om te reageren op de aanzet tot gesprek over het al of niet opnemen van de kippen van het paradijs in de bestellijst. Dit zijn discussie onderwerpen die je wel een aanzet kan geven bij een bestelronde, maar verder via alv besluitvorming genomen moeten worden. Althans als je het democratisch gehalte van het vk overeind wil houden. Als men vindt dat enkelingen die willen regelen daar de ruimte toe moeten hebben, ook als het om principiële keuzes gaat en dat al gemeengoed is dan is mijn mail te laat. Ik denk dat enkelingen deze week flink over de schreef zijn gegaan.

Hoe kwam de in Friesland geslachte kip op de bestellijst? Wie frommelde haar in het aanbod, waarom de haast, terwijl er geen besluitvorming onder de leden heeft plaats gevonden? Hoe komt het dat het bestelteam dit in de lijst heeft opgenomen? Was er niemand bij het bestelteam die zo alert was en heeft laten weten dat dit niet klopt?

Dat wat betreft de besluitvorming. Laat me even weten of dit gezien moet worden als algemeen aanvaard. Inhoudelijk hebben we tot nu altijd gezegd dat iets wat buiten het gebied is geweest niet meer streek is. Een van de belangrijkste onderwerpen waarvoor het vk bestaat is het ontwikkelen van manieren van werken, waardoor het gesleep, de voedselkilometers te verlagen.

Alle argumenten in de aanzet kunnen weersproken worden. Ga ik nu niet doen, dat komt wel van anderen. Ik wil nog toevoegen dat als je toegeeft aan als je een ei eet dan moet je ook kip willen eten en ‘oh, maar het is zo lekker, wat jammer als we die niet hebben.’ Dan zijn er ten eerste meer producten die toegevoegd kunnen worden en ontneemt het ’t kollektief de kans om zo’n onderwerp tot veranderingskans te laten worden. Ga op zoek hoe het wel anders kan. Zet een groepje op
dat alles op zijn kop zet om gedaan te krijgen dat dit gesleep met levende en met dode dieren niet hoeft. Is hartstikke moeilijk. Wel een mogelijkheid om meer te zijn dan afzet voor producenten.

Reactie Judith
In het stuk worden twee thema’s met elkaar vermengd: of je als Voko ook vlees moet afnemen van de kippen die je eieren hebben gelegd (nummer 1) en of je als Voko moet afwijken van het 25 km-uitgangspunt (nummer 2).

Door het bij elkaar te gooien, lijkt het heel logisch om ook het vlees van de kippen die de eieren gelegd hebben af te nemen. Maar dat zijn echt twee verschillende discussies.

Afgezien van het feit dat elke ei-eter voor zichzelf moet bepalen of hij de bijbehorende kip ook op wil eten, gaat de discussie eigenlijk over: “wijken we af van die 25 km?”

Daar heb ik wel gedachten over. Hieronder een aantal voorbeelden van dingen die we niet doen omdat ze niet aan de spelregels van het Voko voldoen (en ik ben er vast wat vergeten):

  • Lokaal graan dat eerst naar de molen in Noord-Brabant of Limburg is geweest voor schonen en eventueel malen (geldt voor graan van het Zonnelied in Zeewolde)
  • Fruit dat eerst naar een verdeelcentrum is gegaan, meer dan 50 km verderop, sappen en stroop van dat fruit dat elders versapt en gebotteld is
  • Bataten uit Limburg, die verkocht worden bij een lokale teler die er een klantenpakket mee opvulde (voordat ze ook in de streek werden geteeld)

Er is in het verleden wel eens een uitzondering gemaakt op de uitgangspunten, na inhoudelijk overleg binnen het Voko, maar alleen als er een waardevol product, waar simpelweg geen afzetkanaal voor is, verloren dreigde te gaan. In dit geval is dat niet aan de orde, de soepkippen liggen gewoon in de biologische winkels, er is een afzetkanaal voor.

Het is ronduit kwalijk dat de soepkip nu al op de bestellijst staat, zonder dat hier binnen het Voko een inhoudelijke discussie aan vooraf is gegaan. Het Voko moet een verbetering opleveren ten opzicht van het huidige voedselsysteem, daar is het voor opgericht.

Dus: als we afwijken van onze uitgangspunten binnen het Voko, moet er wel echt een taak te vervullen zijn die het huidige voedselsysteem laat liggen en die tot verspilling leidt, of een ernstige inkomensderving voor de boer. En dan nog is het de vraag: is die taak voor het Voko, en zo ja, in welke vorm dan?

In dit geval zijn er een aantal punten, die er eerder op wijzen dat de soepkip niet bij het Voko hoort.

  • Die soepkip is niet lokaal te noemen (er komt namelijk gewoon een aantal kippen diepgevroren van de slachterij terug, geen enkele garantie dat die van het Paradijs afkomstig zijn)
  • Er wordt geen verspilling tegengegaan, die soepkip ligt namelijk gewoon in de biowinkel
  • Is wel onderzocht of het minder voedselkilometers oplevert? Het is heel wel mogelijk dat er juist meer kilometers voor worden gemaakt, omdat distributie via de groothandel in dit geval efficiënter is.

Er is dus nog een hoop uit te zoeken, voordat je echt kunt aantonen dat soepkip via het Voko aanbieden echt een verbetering is ten opzichte van de huidige distributie. Want daar deden we het voor in het Voko: experimenteren met een beter voedselsysteem.

Het is nooit een doel van het Voko geweest om winkels te vervangen met een volledig assortiment. Het idee van het Voedselkollektief is dat van een beweging van positief kritische mensen, die durven experimenteren met “hoe zorgen we dat de wereld er meer uit gaat zien zoals we vinden dat hij er eigenlijk uit zou moeten zien?”. Niet wachten tot de reguliere handel of overheid een verandering in gang zet, maar samen aan de slag!

Om die reden hebben we de uitgangspunten van het Voko vastgelegd. Is er iets niet, dan is de volgende stap niet: afwijken van de uitgangspunten, maar: kijken naar wat er moet gebeuren om het wél binnen die uitgangspunten te laten vallen.

In het geval van de soepkip zou het Voko kunnen onderzoeken of ze een rol kan spelen bij het faciliteren van lokaal slachten van de soepkip. Bijvoorbeeld door vanuit overschotten bij te dragen aan het financieren van een lokale slachterij, of op zoek te gaan naar andere financieringsmogelijkheden. Of kijken wat er bij lokale slachters nodig zou zijn om het bio te maken? Dat zit in het vakje “wat is er voor nodig om dingen lokaler te maken”?

Dit is de lijn waarlangs het Voko zou moeten denken om te kijken of die soepkip ook lokaal kan.

Juist omdat er geen commerciële belangen zijn, geen klanten maar deelnemers, geen loonkosten, niemand hoeft ervan te leven (behalve de boeren, natuurlijk) is er binnen het Voko een enorme vrijheid om 100% principieel te zijn en geen concessies te doen.

Bij het verder ontwikkelen van die korte keten is nog steeds heel veel te onderzoeken; kan er nog meer uit de streek, kan het efficiënter, kunnen we bepaalde producten structureel afnemen, is er behoefte aan acties van producten die bederfelijk zijn, of maar en heel kort seizoen hebben (bijv overrijp fruit verjammen of versappen, of kolen tot zuurkool maken), …..Waar hebben de lokale telers en Voko-deelnemers behoefte aan om de korte keten sterker te maken?

Het Voko en winkels als Nieuw Mos en De Nieuwe Graanschuur delen idealen en hebben allemaal hun functie in het veranderen van de economie.

  • De functie van het Voko, is om als pioniersclub 100% principieel zijn te verkennen en praktisch vorm te geven.
  • De winkels staan meer in de normale economie en zijn toegankelijk voor iedereen, ook mensen die niet zo voelen voor een club of pionieren, maar wel duurzamer willen consumeren, maar nog een beetje moeten wennen aan wat er ook alweer bij de streek en het seizoen hoort en nog wat los moeten weken van het “altijd alles het hele jaar rond” van de supermarkt.

Winkels kunnen voorzien in de dingen die nog niet 100% aan de voorwaarden van het Voko voldoen. Voko heeft de vrijheid om harde principiële keuzes te maken, zonder dat de organisatie commercieel wankel wordt. En zo wordt het afzetkanaal van kleine biologische boeren in de streek steeds breder en afzet in een korte keten normaler. Hoera voor het ideaal!

Het Voko barst van de beloningen voor deelnemers, zeker in deze volle oogsttijd: aan verse groenten en fruit is er een fantastisch mooi aanbod, voor een prijs en versheid waar geen winkel tegenop kan. Naast de lokale rijkdom en kraakvers is er ook de pret van plannetjes maken en onderzoeken met “wat kan er allemaal nog meer wél”, ondanks scherpe principes. Want dat “het toch niet kan, niet realistisch is”, dat horen we vaak zat. En het klopt niet, kijk maar, we doen het toch?

Als de pioniers naar het midden verschuiven en onnodige compromissen gaan sluiten, stagneert de vooruitgang. En daar was het Voko nou net voor opgericht: we gaan het ánders doen, en uitzoeken hoe dan.

Het is uiteraard aan de ALV om dit soort dingen nog eens te bespreken. Maar ik hoop van harte dat het Voko 100% trouw blijft aan haar uitgangspunten. Wie moet er anders pionieren?

 

 

 

Een reactie op het artikel ‘Het ei en de soepkip’

1e: Heel mooi relaas over de onmisbaarheid van onze soepkip!
Ja, heerlijk voor de weldadige bouillon; die maak ik zelf ook graag en is absoluut een aanrader voor als je licht grieperig bent!

MAAR ik ben vooral lid van het Voedselkollektief vanwege de uitgangspunten: BIOLOGISCH en STREEK. Sterker nog: ik ben vooral lid omdat ik zeker weet dat er aan die uitgangspunten vastgehouden wordt en dat dit de ENIGE plek is waar gegarandeerd alle producten biologisch geproduceerd zijn EN uit de streek komen.
Daar hoef ik dus verder niet over na te denken, dat is een vast gegeven.
Alle argumenten om die uitgangspunten te verschuiven zijn voor mij niet van waarde.
Omdat die soepkip zo lekker is? Dan koop je die toch elders? Asperges zijn óók reuze lekker, die haal ik dus zelf ergens in Limburg, of ik bestel ze bij NieuwMos of bij De Nieuwe Graanschuur. Zo ook avocado’s, sinaasappelen, etc etc, alles wat NIET uit de streek komt. Mogelijkheden genoeg.

2e. Een open gesprek over dit soort zaken juich ik zeer toe. Ons Voedselkollektief beoogt een plek te zijn waar de leden met elkaar een oordeel vormen en een beslissing nemen over essentiële, principiële zaken. Daartoe hebben wij de Algemene Ledenvergadering, waar alle leden hun stem kunnen laten horen.
Het beginsel van ons Voedselkollektief is dat er ‘in consensus’ besluiten genomen worden: een voorstel wordt alleen aangenomen als alle leden daarmee instemmen. Als er door 1 of meer van de leden gedegen bezwaar wordt aangetekend dan kan het voorstel niet worden uitgevoerd. Tot zover de regels.

In deze kwestie van de soepkip past het m.i. niet dat een van de leden een mening in de weekmail poneert waar geen gesprek over mogelijk is.
Ja, men kan reageren, maar die reactie is niet openbaar, dus niemand weet wat er gedacht wordt. Er is geen gesprek, geen gedachtewisseling, en er wordt op deze manier een niet-open gedachtelijn in gang gezet.
Daar voel ik me zeer onprettig bij.

Samenvattend:
Prima om een discussie te voeren over de voorwaarden waarop leveranciers producten aanbieden. Discussie over de grondbeginselen van het Voedselkollektief is iets anders.

Dorothee

Het ei én de soepkip

Een discussie over principes

Ook vegetariërs gebruiken graag eieren in hun keuken om de maaltijd of baksels te bereiden. Als Voedselkollektief nemen wij daartoe veel eieren af, bijvoorbeeld bij biologische boerderij ’t Paradijs te Barneveld. Daar lopen op grote oppervlaktes maar liefst 9000 kippen.

Als je zelf eieren gebruikt, kun je als weldenkend mens ook niet om de vraag heen wat er met al die kippen moet gebeuren als zij na enkele jaren trouwe (leg)dienst, niet meer kunnen produceren. Naar het kippen-rusthuis? Dat kun je voor enkele kippen die je zelf houdt in je achtertuin wellicht nog beslissen, maar zo’n keuze is niet reëel voor de grotere schaal. Zulke kippen laat de boer dan biologisch slachten, en dat heet dan ‘soepkip’. Vanwege hun hogere leeftijd moet zo’n kip gewoon veel langer op het vuur staan.
Op die manier gebruiken we zo goed mogelijk alles, behoorlijk duurzaam dus. Ook binnen het Voedselkollektief zijn er diverse leden die graag zo’n soepkip bestellen.

Ons duurzame probleem met de ‘soepkip’

Sinds 2016 is de landelijke wetgeving voor het slachten van (biologische) kippen aanzienlijk verscherpt, en kunnen er bij overtreding forse boetes worden uitgedeeld. Dit heeft een kaalslag onder kleinere slachterijen veroorzaakt. De wetgever noemt het ongetwijfeld een ‘verdere professionalisering’. Voor Midden-Nederland is thans de dichtstbijzijnde biologische kippenslachterij in Friesland!!
En die afstand schuurt natuurlijk met het duurzame uitgangspunt van het Voedselkollektief om binnen een straal van 25 kilometer af te nemen. Om die reden is deze soepkip van ’t Paradijs eerder uit het pakket geschrapt.

Maar is dat wel helemaal fair?

Discussie

Die grens van 25 kilometer hebben wij destijds ingevoerd om onnodig heen- en weer rijden met voedsel of dieren te vermijden, ter wille van een betere duurzaamheid. In het geval van de soepkip kun je stellen dat die kippen binnen die straal van 25 km lang geleefd hebben op een biologisch verantwoorde wijze. Alleen dat slachten kan thans niet anders dan in Friesland. Dat transport naar Friesland is dus helaas onvermijdelijk, en van ‘onnodig transport’ is dus geen sprake.
Sommige Vokoleden waarderen nog altijd deze soepkippen en halen het nu maar elders of soms bij de boerderij zelf – over duurzaam gesproken.

Tegelijk met onze discussie zoeken de betrokken boeren ook naar oplossingen. Zo wil boer IJsbrand van ’t Paradijs met andere bioboeren om tafel om te kijken of zij samen niet tot een beter alternatief voor regionale slacht kunnen komen.

Mijn stelling

Vasthouden aan de 25 km-grens gaat voorbij aan het achterliggende argument dat wij t.b.v. de duurzaamheid ‘onnodig transport’ willen voorkomen. De soepkip hoort binnen het aanbod van het Voedselkollektief. Je hebt immers jaren de eieren van die kippen afgenomen. Het transport t.b.v. de slacht kun je thans ook niet ‘onnodig’ noemen. Bovendien is een zoektocht gaande naar een regionale oplossing.

Reageren?

Graag uw reactie naar info@voedselkollektief.nl

 

Hans Hubregtse

Interview Frank van de Berg van De Landouw

De start van zijn tuinderij De Landouw

Op 3 maart spraken wij met Frank van den Berg van De Landouw. Frank kweekte tot eind 2018 groente bij Boerderij ’t Paradijs. Boerderij ’t Paradijs pachtte in 2018 voor een jaar 10 hectare grond in De Glind. Grond die vanaf 2017 in transitie was naar biologische verbouw. Frank kreeg vanaf 2019 de kans om de 10 hectare grond zelf te pachten. Vanaf mei 2019 mag oogst van de grond biologisch worden genoemd.

Frank is geleidelijk naar het besluit om zelf te pachten, ondernemer te worden, toegegroeid. ‘Je loopt over het land heen. Je zoekt naar een gevoel of het de bedoeling is. In het jaar dat Boerderij ’t Paradijs het land pachtte groeide dit gevoel. Uiteindelijk heb ik deze stap mogen maken, een groot commitment in vertrouwen samen met mijn vrouw.’

Zijn afnemers

Vanaf 2019 levert De Landouw dus aan het Voedselkollektief. Andere afnemers zijn onder meer De Graanschuur en de Natuurwinkel in Amersfoort. Ook is wekelijkse levering aan de Spar in Achterveld vorig jaar begonnen. Dit jaar zoekt Frank verder naar afzet in de streek. ‘De communicatie in de korte keten is veel persoonlijker en het is erg leuk om vrij precies te weten waar mijn producten heen gaan;’

Hoe gaat dat

Hoe gaat dat een tuinderij van 10 hectare opstarten. Gewoon beginnen dan maar, zaad, plantgoed, mest bestellen. Over je land lopen, de verschillen ontdekken van de grond waarmee je werkt, je bedrijf leren kennen. Oriënteren op machines die nodig zijn, kopen, in gebruik nemen.. Frank was al gewend om groenten te kweken. ‘Vanuit je ervaring kun je al een hoop. Het is groter, dat vraagt meer van alles. Het vraagt ook beter en strakker plannen.’ Ook financieel plannen is nu belangrijk; de meeste kosten worden in de eerste helft van het jaar gemaakt, terwijl de verkoop dan nog moet beginnen. Het is nu werken aan netwerk, ervaring en klantenkring om over enkele jaren beter te kunnen zien of er een gezond bedrijf uit kan groeien.

Wat grond betreft is in 2019 gestart met 5 hectare om te ploegen voor het opzetten van de tuinderij. 4,5 hectare is gebruikt om grotere vlakken te maken met dezelfde groenten. De oogst hiervan wordt vooral geleverd aan de biologische groothandel. Voor uitwisselen van ervaringen sloot Frank zich aan bij de telersvereniging voor grootschalige verbouw van groenten in de buurt. 0,5 hectare is ingezet voor het kweken van een assortiment van uiteenlopende groenten, net als Frank bij Boerderij ’t Paradijs deed.

Focus

Frank’s focus voor de eerste jaren is kwalitatief goede produkten leveren. Elk jaar een beetje groeien daarmee. Dat is voor hem de basis voor uitbreiding en verbreding. Op termijn wil hij onderzoeken of bijvoorbeeld gesneden/verpakte groenten een goede groeioptie is. Ook wil Frank een tunnelkas hebben om het groeiseizoen te verlengen. Daar zal hij ons blij mee kunnen maken, als het assortiment van het voedselkollektief in de winter kan groeien. Op de wat langere termijn zal de combinatie met zorg voor met name jongeren verder onderzocht worden.. Daarbij zal de tuinderij altijd leidend zijn en blijven.

Lastig startjaar

In 2019 is veel sla, pompoen, rode en witte kool, spruiten, winterwortelen en boerenkool gekweekt. 2019 was een lastig jaar. Het voorjaar was droog, de zomer heet met hagel. De hagel verzwakte de rode kool, waardoor deze ziektes kreeg. ‘Het hoort erbij, dat weten we.’ Als eerste kon sla geleverd worden. Frank vertelt vol passie over hoe hij blij wordt van het afleveren van oogst, het ontmoeten van de mensen die de oogst kopen. ‘Daar doe je het voor’. Geleidelijk kwam oogst van andere soorten groenten beschikbaar. Het leveren van courgette is in 2019 te weinig geweest. De aardappeloogst was in ‘no time’ uitverkocht. ‘Het is een behoorlijke uitdaging om vraag en aanbod goed te laten aansluiten’

Wat zijn doelen voor 2020?

Frank zal afwegen hoeveel hij grootschalig op grote vlakken teelt. Waarschijnlijk zal dit percentage afnemen. wat minder zijn. Het doel is om in de toekomst volledig in de streek af te gaan zetten.

Frank wil daarom meer soorten groenten gaan leveren, het assortiment verbreden. Zo zullen er meer bladgewassen komen, prei en zoete aardappelen en meer soorten kool en aardappelen geteeld gaan worden. Er komt meer ruimte voor vruchtgewassen. Er zullen meer aardappelen en spruiten geteeld gaan worden. Eind 2020 wil Frank ook een aanbod van wintergroenten bieden, zoals winterpostelein, winterwortelen en uien. Ook verbeteren van de mogelijkheden voor bewaring zullen daaraan bijdragen, waardoor bijvoorbeeld pompoenen langer leverbaar zullen zijn. Om de oogst te vergroten zullen kleine aanpassingen op de machines worden doorgevoerd, waardoor efficiënter kan worden gewerkt.

 

 

Bezoek Het Witte Water – Bericht van het Leveranciersteam

Wat wil ons leveranciersteam?
Als team proberen we onder andere de leveranciersservice voor het Voko zo gestroomlijnd als mogelijk te laten verlopen. Denk aan (hogere) leveringsgarantie, gunstige (groothandel)prijzen, aanbod zo divers als mogelijk etc. Afgelopen jaar hebben we met de leveranciers afgesproken dat zij de prijzen van de groothandel voor biologische producten (te vinden bij BD-Totaal) als richtlijn voor hun eigen prijzen hanteren voor ons (+ 9% BTW). Natuurlijk blijven zij geheel vrij in hun vraagprijs, maar wanneer een product bij het Voko duurder is dan bij een biologische winkel in de stad dan wordt het wel tijd om aan de bel te trekken vinden wij.

We willen als team elke boerderij op z’n minst een keer bezocht hebben om de mensen en de plek beter te leren kennen. Misschien kunnen we iets voor hen betekenen? We zijn op woensdag 11 december jl. op bezoek gegaan bij Het Witte Water. We wilden o.a. graag weten hoe hun prijzen tot stand komen gezien er soms hogere prijzen worden gevraagd dan door anderen (los van de zorgboerderijen, ‘valse’ concurrentie omdat ze reeds inkomsten hebben).

Het Witte Water
Het was een zeer informatief bezoek. Boer Rowin liet ons alles zien:

  • De (nu lege) weide en stal waar biologische opfokkippen lopen. Zij komen als kuiken binnen en groeien hier op tot legkip (en worden dus weer afgevoerd naar elders om eieren te legen).
  • De maximaal 850 biologische (SKAL-gecertificeerde) afmestvarkens, die hier als biggetje binnenkomen en na ca. 4 maanden afgevoerd worden voor de slacht. Het vervoer is gelukkig heel kort, dichtbij de boerderij is een slachterij die wel biologisch wil slachten (ook hier zijn strenge regels voor, alles moet schoongemaakt tussen biologische en reguliere slacht in). Het gaat hier volgens de SKAL-regels maar de aanblik van de zich in hun eigen ontlasting rondwentelende varkentjes buiten en de indringende ammoniakgeur in de stal deed ons wel wat. Waarom mogen alleen biologische varkensmoeders ‘zoelen’ (in de modder rollen)?
  • Drie grote ronde plastic kassen met aubergines, paprika’s etc.
  • Slechts een klein oppervlak van het geheel aan grond is moestuin, wat vader Roel (gepensioneerd) onder zijn beheer heeft. Hij zou dit graag groter zien, maar er is geen land meer te krijgen.

Op de vraag hoe de prijs voor de groenten tot stand komt antwoordt Roel dat inkoopprijs (kleine plantjes i.p.v. zaad!) + uurprijs (ca. 25 euro /uur) bij elkaar worden opgeteld en dat vervolgens wordt vergeleken met de reguliere winkelier… en dan daarboven gaan zitten. Er wordt dus (nog?) niet gewerkt met de richtprijzen zoals we dat graag zouden willen zien.

Kortom: voor ons nog werk aan de winkel om de leveranciers deze richtprijzen te laten hanteren. Tot die tijd: het is aan ons allen om een beetje op de prijzen te letten. Zie je producten in de schappen van een biologische winkel goedkoper aangeboden worden (los van aanbiedingen uiteraard): laat ’t ons vooral weten door een mail te sturen naar vokoleveranciers@gmail.com!

Mede namens Peter en Jos,

Linda

 

 

Pompoenproeverij

Van 7 verschillende pompoensoorten hebben wij de smaak geproefd. “Wat een verschillen eigenlijk, dat wist ik niet.” Sommige soorten kun je beter niet roosteren, dan krijg je geen lekkere smaak.

Laura had samen met Hero en Claire er een leuke opstelling van gemaakt waar zo’n 15 mensen van genoten hebben in De Binnentuin afgelopen donderdagavond. Wij hadden de houtkachel aan de praat gekregen dat gaf genoeg warmte. Alleen de organisatoren hadden het wat koud, maar die waren er uren aanwezig.

Zij hadden ook erg lekkere gerechten gemaakt met pompoen: een hartige schotel, een zoete taart en pompoenmuffins. Uw schrijver heeft alles geproefd en ik kan jullie verzekeren: allemaal erg lekker.

In spanning wachten wij dus op de recepten van de maaksters van al dit lekkers – hopelijk kunnen wij die volgende bestelronde op de site plaatsen, en aan jullie melden.